Table 1

Example sentences.

(2)
a.
N/S+B+
De jongen kliert graag en daarom legt hijmas een gummispin in de koektrommel.

b.
N/S-B?
De jongen kliert graag en daarom legt hetneut een gummispin in de koektrommel.

c.
N/S-B-
De jongen kliert graag en daarom legt zijfem een gummispin in de koektrommel.

translation
The [masculine] boy likes to tease and therefore he/she/it puts a rubber spider in the biscuit-tin.





d.
D/S-B+
Het jongetje kliert graag en daarom legt hijmas een gummispin in de koektrommel.

e.
D/S+B?
Het jongetje kliert graag en daarom legt hetneut een gummispin in de koektrommel.

f.
D/S-B-
Het jongetje kliert graag en daarom legt zijfem een gummispin in de koektrommel.

translation
The [neuter] little boy likes to tease and therefore he/she/it puts a rubber spider in the biscuit-tin.

Example sentence with a male (biological gender) subject in the main clause taken from the materials used in the experiment. Sentences (1)a-c have a non-diminutive NP as referent, whereas (1)d-f a diminutive.

Lamers et al. BMC Neuroscience 2008 9:55   doi:10.1186/1471-2202-9-55